Column ND, april 2022

In de wijdheid

Lees verder

Wie op deze plaats Anton de Wit opvolgt, weet: de lat ligt hoog. Gelukkig herinnerde ik me tijdig – dat wil zeggen, ruim voordat ik sprongetjes begon te maken om te zien of ik er met mijn vingertoppen misschien bij kon komen – dat ieder mens zijn eigen standaard stelt, ook in columns. Een geruststellende gedachte, met als bijkomend voordeel dat ik evenveel gelijk zal hebben als Anton, zelfs als ik totaal andere dingen zou gaan beweren dan hij.

Wat mag u van mij verwachten? Mijn leven en werk zijn geïnspireerd door de Regel voor Monniken, geschreven door de heilige Benedictus. Een vlo ben ik in de traditie, maar een gelukkige vlo. Benedictus leefde rond 500 na Christus, een tijd om in zekere zin naar terug te verlangen, want christenen konden het toen nog prima vinden met elkaar. Maar omdat ‘verlangen naar het voorbije’ een mens niet verder zal brengen, is het de kunst die benedictijnse spiritualiteit te vertalen naar vandaag. Je hoeft niet in een klooster te wonen om dat te doen; wie het hart heeft om eraan te beginnen, ervaart de grote kracht ervan.

Alles achterlaten

Het leven is vol van situaties waarin die oude wijsheid tastbaar kan worden. Of je nu nadenkt over je gedrag naar je buurvrouw, over de juiste wijze om je bedrijf te leiden, of over de politiek van Rusland – altijd is de benedictijnse spiritualiteit behulpzaam. Wat echter niet werkt, is dat boek van Benedictus ter hand nemen en alles wat erin staat letterlijk uitvoeren. Je moet door die weerbarstige tekst heen durven zakken, anders blijf je steken in de dwingende richtlijnen, voorschriften en eisen uit een tijd die de onze niet is. ‘Wel een beetje meewerken met de genade’, zou mijn moeder dan zeggen. Het leven wil nu eenmaal bewegen, alles stroomt en wie toch stil wil staan, gaat dood. Geen letter is belangrijker dan een hartenklop, geen boek is belangrijker dan het door God gegeven leven zelf. En aan iedereen die nu roept: ‘Ja maar de Bijbel dan?’ zeg ik: ‘Ook de Bijbel niet.’ Excuus, ik schrok er zelf ook even van, maar het is een mooie stelling om mee te beginnen. Want benedictijns leven, een monastiek leven zo u wilt, vraagt nu eenmaal: alles achterlaten. Alles wat je belangrijk vond, alles waarvan je dacht dat het waar was, alle overtuigingen en harnassen die je jezelf ooit aanmat; het moet allemaal bij het vuilnis, om dit ene te kunnen ondergaan: dat God Liefde is.

Verfijnde intuïtie

In die Liefde, die ik in dit soort gevallen graag met een hoofdletter eer, wordt niet meer geargumenteerd. Daar is geen waar of onwaar meer. Meningen zijn er vervluchtigd. Daarom laat ik elke ander volgaarne zijn overtuigingen en doe ik wat me geleerd werd in het klooster: er geen standpunt tegenover stellen. Dat geeft rust, want elke mening roept als vanzelf weer een menings-verschil op, dat doen meningen nu eenmaal. Je krijgt er maar ruzie van, want ze willen afbakenen, klein maken en gelijk hebben. En dat is jammer van de wijdheid waarin we leven.

Dus hoewel ik heus van alles ‘vind’ van politici en anderen die A zeggen maar B doen, of van het feit dat landsgrenzen en persoonlijke grenzen overschreden worden met geweld, of van mensen die hun eigen plan trekken en niet meer naar hun overheid luisteren – van mij zal het oordeel erover niet in deze kolommen belanden. Versta me goed. Ik pleit niet voor stoppen met nadenken, maar voor beginnen met afstemmen op onze meer verfijnde intuïtie, op het geheim dat in ons leeft en dat groter is dan ja of nee, gelijk of ongelijk. Wat ik hier het komende jaar ga doen is het leven met u delen vanuit het cisterciënzer perspectief: met distantie maar toch betrokken, zonder oordeel maar toch met onderscheiding, het gewoel mijdend maar toch actueel. En met hopelijk voelbaar tussen de regels door: het liefdevolle, dat het cisterciënzer charisma bij uitstek kenmerkt. En nu stop ik maar. Een mens moet zijn grenzen kennen en anders ligt die lat straks alsnog te hoog.

(Column ND, april 2022)

arrow-right arrow-down arrow-left facebook twitter linkedin cross